Zuster Peertje

Fruit is bij mijn ouders volop te vinden, omdat het nauwelijks wordt opgegeten. De aanvoer vanuit het tehuis is constant, maar vooral mijn vader is goed in wegleggen en vergeten. Het fruit hoopt zich dus op. Kiwi’s verpappen, appels vergaan, er liggen maar liefst vier peertjes naast de computer in verschillende stadial: eentje nog al dente, eentje perfect, eentje te rijp & melig en eentje vloeibaar onder de schil.

‘Waarom eet je geen peren?’ vraag ik, ‘de goeie is heerlijk.’
‘Ze zijn zo kleverig als je ze probeert te schillen,’ antwoordt mijn vader. Terwijl ik een mesje pak zegt hij peinzend: ‘Vroeger in het Zonnehuis werkte een vrouw, een verpleegster, die graag Hoofd Verpleging wilde worden. Ik moest daarover beslissen.

Op een keer zaten de ziekenverzorgsters aan het middageten. Een van die meisjes zag een schaal stoofpeertjes op tafel staan en riep enthousiast: “Peertjes! Zalig!”

Toen zei die vrouw streng: “Peertjes kunnen heerlijk zijn. Peertjes kunnen overheerlijk zijn. Maar peertjes kunnen nimmer zalig zijn.”

Vanaf die dag stond zij onder het verplegend personeel bekend als Zuster Peertje. Hoofd Verpleging is zij niet geworden.’

Hij begon met smaak zijn peertjes te eten.

1 reactie

  1. Bart:

    Leuk. Was het niet : 'nimmer zalig zijn'?

    Bart

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

© 2022 Hannah van Herk

Boven ↑