Categorie: Familieverleden (Pagina 1 van 4)

Onderget.

Deze klassenfoto viste ik uit mijn rode archiefkrat. Hé, die lampjes had ik vroeger ook. Maar om welk familielid gaat het hier?

Achterop heeft iemand met een dun potlood zorgvuldig de toch nog lastig te lezen namen geschreven. Tussen Gr. Holzapffel en K. Baas staat: ‘Onderget.’. Maar Onderget. heeft niet de moeite genomen zijn naam ergens onderaan te ondergetekenen. Lees verder

Familiefoto’s

De Natuurclub
Lid van “De Natuurclub” (vooral de families Van der Hoeven, Duijker, Mettau) kon je worden als je 10 jaar oud was – groot genoeg om zonder klagen of jengelen met de wandelingen te kunnen meedoen. Het meisje met hoedje achteraan  in de boom  (net onder haar broer Jo die boven in de boom zit) is Katja van der Hoeven, toen nog Katrientje. Ze is in oktober 1917 geboren en de enige van de mensen op de foto die nog in leven is.

Soms reisde De Natuurclub met het openbaar vervoer Amsterdam uit. Het ANWB verkeersbord links geeft Hilversum aan, en Amsterdam en Utrecht en ze zijn 4 km verwijderd van Loenen. Het lijkt zonnig maar de bomen hebben nog geen bladeren. Ik denk dat de foto  gemaakt is in de Vechtstreek in het begin van de lente van 1928.

De namen
Tante Katja kon de meeste mensen nog een naam geven. Staand van links naar rechts: (haar tantes) Dien Duijker en Annie Mettau, (haar nicht) Til Antonisse;  in de boom: haar broer Jo van der Hoeven en zijzelf met hoedje. Dan een onbekende vrouw en geheel rechts broer Piet van der Hoeven. Ik denk dat Piet  die hoed naast zijn hoofd pseudo-achteloos aan een tak heeft gehangen. En nadrukkelijk onnadrukkelijk niet in de lens kijken, dat paste  wel bij hem.
Zittend: (Katja’s broer) Wim van der Hoeven, (neven en nichten) Nel, Ar en Dien Duijker eb zittend (met lichte  pet)  huisvriend Henk Bon. Dan weer een onbekende, en geheel rechts Katja’s vader, Willem Pieter van der Hoeven. Die kijkt ook niet in de lens, maar dat zal geen bewuste keuze zijn geweest. De man was vaak in gedachten. Of hij wilde dat de kinderen zich rustig hielden, de man was tenslotte onderwijzer.

Henk Bon
Henk Bon (de man met de lichte pet) was net als mijn opa Willem Pieter van der Hoeven zeer betrokken bij evangelisatie. Hij was ook dol op tekenen en schilderen en dat was Piet van der Hoeven ook – Henk Bon was een stuk jonger dan mijn grootvader en een stuk ouder dan diens oudste zoon, maar hij raakte met beide bevriend. Hij was – volgens tante Katja, die altijd zeer warm over hem spreekt – niet erg mooi maar wel ontzettend aardig.
Zo aardig dat hij trouwde met de ex-verloofde van zijn broer toen deze het had uitgemaakt en Henk medelijden me de vrouw had. Ze gingen wonen in de Legmeerstraat in Amsterdam. Misschien had hij beter iemand anders kunnen kiezen.Of had hij iets minder zachtaardig moeten zijn.  Volgens de verhalen was de vrouw  in de oorlog zo zuinig met voedsel dat Henk nauwelijks te eten kreeg. Na de oorlog had ze haar voorraadje nog niet helemaal opgemaakt. Ja, ze deed ook maar haar best. Maar Henk Bon overleed in het laatste oorlogsjaar aan de dysenterie waarmee hij besmet was geraakt
Als je katholiek was, zou je hem heilig verklaren.

Feestelijke Dag, Feestelijk Bezoek

Op 3 september 1952 traden mijn ouders in het huwelijk. Deze week zestig jaar geleden! En dat is dan opeens een gebeurtenis die niet onopgemerkt voorbij kan gaan. Niet omdat mijn ouders het aantal jaren zo precies bijhouden, maar dat hoefde ook niet. De particulier secretaris van de koninging, de commissaris van de koningin in Gelderland én de burgemeester van Apeldoorn stuurden brieven om hen eraan te herinneren.

Loco-burgemeester van Apeldoorn Johan Kruithof kwam persoonlijk een ferme bos bloemen aanreiken. Hij nam ook een kopie mee van de Nieuwe Apeldoornsche Courant van 3 september 1952 (het rolletje papier dat hij hier in zijn hand houdt). Dan konden mijn ouders nog eens nagaan wat er die dat allemaal nog méér was gebeurd, want dat was hen indertijd natuurlijk helemaal ontgaan.

Daarna dronken we koffie en aten we soesjes en praatten gezellig over vroeger. En toen ging de loco weer weg. Een aardige man. Voor deze foto met de jubilarissen heeft hij nog even apart geposeerd. En dat gaf Josine gelegenheid om – haar eigen initiatief – zijn boeketje nog eens goed in beeld te brengen.

Verjaardag!

17 oktober 1923 werd mijn vader geboren – vandaag 88 jaar geleden. Het wordt feestelijk gevierd met bonbons, 15 jaar oude Glenfiddich single malt en een muismatje met het design van het Persisch tapijtje dat bij Sigmund Freud op de divan heeft gelegen (maar dan kleiner natuurlijk). De zusters zijn allemaal langs geweest om te feliciteren; de hele afdeling is aan de cake gegaan.

De grootste tractatie was echter wel dat de meneer van de technische dienst de schilderijen kwam ophangen. Ze stonden al die weken omgekeerd tegen de muur. Nu sieren ze de wanden van kamer 12.

Het is feest.

Onderkomen

Op 4 augustus verhuisden mijn ouders van verzorgingstehuis De Vier Dorpen naar verpleegtehuis Het Zonnehuis driehondetd meter verderop. Van een plek waar ‘wonen en zorg gescheiden zijn’ naar een plek waar ‘wonen en zorg zijn geintegreerd’. Zorg die beter zijn afgestemd op wat goed is voor mijn ouders. Maar je bent wel weer meer patient.

Een enorm voordeel is dat het niet meer zo hokkerig oogt: in plaats van een kleine huiskamer en een miniskule slaapkamer is er nu één grote leef- slaapruimte. Een studio, als je hip wilt doen. Dat voelt veel beter. En er zijn ruime deuropeningen en ruime gangen, zodat je met een elektrische roelstoel veel beter uit de voeten (of wielen) kunt. Mama gaat nu in de centrale hal haar kramtje lezen en buiten in de tuin naar de geitjes en vogeltjes kijken. Dat is een enorme verbetering.

Mussen op het balkon


Zomer, herfst, winter, lente: in Dorpstraat ons dorp gaat het voederen der vogels gewoon door.

Als de kauwtjes bezig zijn, wagen zich geen andere vogels op het balkon. Maar die zijn kennelijk even voldaan en nu zien de mussen hun kans schoon.

Chucky kampioen!

Het was een lange dag. Chucky werd vanmiddag uitgeroepen tot de mooiste castraatkater van de Burmezenmiddag 2011.
(“De beste straatkater? “Nee, ca-straat kater. Een jeweetwelkat. Dat is ook een kat-egorie voor bekroning. Kijk maar in de kat-alogus.” )

Chick kreeg niet het predikaat ‘excellent’ maar ‘uitmuntend’, want de bovenkant van haar schedeltje is iets te plat, haar neus heeft een dopje (net als Pipo?) en haar snoetje is iets te donker. Dat ze dan toch nog als ‘uitmuntend 1’ gekwalificeerd wordt is voor gewone stervelingen moeilijk navolgbaar, maar stemt tot dankbaarheid jegens de keurmeesters. Althans bij mij – de Chick had zich al vrij vroeg in de middag ontstemd terugetrokken in haar bench en blies na een uur of twee zelfs tegen haar broer. En dat doet ze alleen als ze echt diep de smoor in heeft.

Chucky hield de goede zin wat langer vol, maar uiteindelijk was het evenement meer dan wat hij nog kon verdragen. Grommend en blazend en jankend hing hij in mijn armen toen wij certificaat en beker in ontvangst mochten nemen.

Aardig was verder dat er veel volle en halfvolle broers en zusters van C en C aanwezig waren (sommigen leken wel klonen. Even niet opletten en je gaat met de verkeerde kat naar huis.)
Ander saillant detail: Chick en Chucky’s moeder – Mirre versloeg zowel Chick als Chucky als beste castraat kat (m/v). Van je eigen
Moeder verliezen, dat is toch bijzonder eervol.

Na Afloop van de Zorgleefplanvergadering

Mijn ouders zijn uitgenodigd voor een bijeenkomst met deskundigen. Het gaat over hun toekomst – of ze nog in het verzorgingstehuis kunnen blijven. Er is veel zorg nodig, men kan het aan – maar nog maar net. Wij zitten aan tafel met de heren Huisarts, Eerstverantwoordelijke verzorger, Maatschappelijk werker, Geriaterdeskundige/verpleegtehuisarts. Voor het evenwicht heb ik onze eigen, nieuwingehuurde ‘zorgmakelaar’ meegenomen. Onze gids in de jungle die gezondheidszorg voor ouderen heet. Voor mij is dat een verademing. Iemand waarvan je weet dat-ie aan jouw kant staat en die ook het klappen van de gezondheidszweep kent.

We zijn allemaal omzichtig, zorgvuldig en vriendelijk. Ja het is moeilijk, nee jullie hoeven nog niet weg. Maar het is goed om na te denken over wat we gaan doen als het verzorgingshuis het niet meer aankan.

En: we gaan zelf mensen inhuren voor activiteiten, want de verzorgers van het tehuis werken zich een slag in de rondte en kunnen dit er niet bij doen. En mijn ouders passen niet echt in het profiel van de gemiddelde bewoner, en ook niet zo goed in de groepsactiviteiten die worden geboden. Mijn ouders zwijgen meestal. Als er een stilte valt, kijkt mijn vader de tafel rond en zegt bedachtzaam. ‘Het is niet eenvoudig.’ Mijn moeder zegt dat ze het allemaal niet weet.

Uitgeput gaan we weer terug naar de kamer. Zal ik wat muziek opzetten? vraag ik. Dat is een goed idee. ‘Iets vrolijks’, zegt mijn vader. Mijn moeder beaamt dit.

‘Wat wil je horen? Haydn? Vivaldi?’

‘Vera Lynn,’ zegt mijn vader.

Tante Zoekt Kat

Boer zoekt vrouw, tante zoekt kat – het is druk op de relatiemarkt. Zo’n vrouw valt nog wel te vinden. Maar een geschikte kat kun je niet zomaar uit het asiel losweken. Eerst moest T.Katja van het asiel een allergietest doen, omdat wij ons bij het eerste bezoek hadden laten ontvallen dat T.Katja ooit allergisch was voor katten.

Een tweede keer gingen we bij een opvangadres kijken naar een kat die als ‘oud doch vitaal’ was omschreven, maar meer een verpleegtehuisgeval bleek te zijn, dat 23 uur per dag lag te slapen en de eigen vacht niet meer schoon kon houden. Geloof nooit zonder meer wat er over de kat in de profielschets staat.

De derde keer had T.Katja haar nichtjes P & H op pad gestuurd. ‘Kiezen jullie maar.’ Gewapend met een longlist van kandidaten (uit de internet-database van het asiel) gingen wij naar het asiel aan de Ookmeerweg. Wij keken en keurden katten. Twee kordate asielpoezenoppassers in het asiel belichtten de karakters van de katten op onze lijst. Wij schrapten rigoreus. En passant lieten wij ons ontvallen dat de kat niet voor ons was. Dat speet de kordaatste poezendame zeer, maar dan konden wij geen kat meenemen.

Nu heeft T.Katja een shortlist met drie kandidaten. Elke kat heeft z’n sterke en minder sterke kanten. Ik aarzel tussen Tukje en Bello. Nicht Paulien gaat voor Tukje. Tante K. zal de knoop doorhakken. Eerst nog een nachtje over slapen.

Mattheus


Mattheus (hoofdstuk 6, vers 34): “Weest dus niet bezorgd voor de dag van morgen, want ‘morgen’ zal zich bezorgd maken over zichzelf; elke dag heeft genoeg aan haar eigen kwaad.”

« Oudere berichten

© 2021 Hannah van Herk

Boven ↑