Categorie: Familieverleden (Pagina 3 van 4)

Zeulen

Na de pannenkoeken met kaas en pepernoten toe op de bank met de afstandsbediening (schaatskampioenschappen) en de poezen. De poezen gedragen zich voorbeeldig, nichtje ook. Ze blijft voor het eerst een nacht bij mij logeren.

De poezen zijn dol op haar en dat is wederzijds. Als ze het even niet meer aankunnen, klimmen ze in de grote krabpaal. De poezen, dus. We hebben afgesproken dat nichtje ze dan niet mag gaan halen. Ze moeten er uit eigen vrije wil weer uitkomen.

Ze weet ze steeds weer snel op schoot te lokken. En dan weer lekker zeulen.

Bij De Oogarts

Een uitje vanochtend: met mijn vader naar het Lucasziekenhuis in Apeldoorn voor een ooginspectie. Het verzorgingstehuis had de afspraak op 10.15 gezet, wat rijkelijk vroeg is als je uit Amsterdam moet komen, in de spits en met waarschuwingen voor dikke mist op de radio.
Maar mist? Wat nou mist? Uiteindelijk bleek er nauwelijks een wolkje aan de lucht en de spits was nog op herfstvakantie.

De oogarts – jong, blond, vrouwelijk – vroeg mijn vader wat de klachten waren en keek verrast toe mijn vader zijn diagnose gaf. Daarna keek ze naar mij. “Mijn vader is gepensioneerd arts,” zei ik. Aha.

Het bleek uiteindelijk allemaal zeer In Beginnend Stadium te zijn, plus een beetje staar rechts. Niets om snel in te gaan snijden in elk geval.

Het Zonnehuis 80 Jaar

Het Zonnehuis Beekbergen bestaat 80 jaar, en dat moet gevierd. Ik ben er met mijn ouders heengegaan. Mijn vader werkt er 24 jaar langs als geneesheer-directeur. Hoewel hij al 29 jaar geleden met de VUT ging werd hij toch nog door veel mensen herkend en aangesproken: Ha dokter!

Er was een fototentoonstelling: in de gangen van Het Zonnehuis, hing 90 jaar aan foto’s ingelijst aan de muur. Zusters in wit gesteven rokken en kapjes. De sloop van de oude villa. De bouw van de nieuwe vleugel. Een damesvoetbalelftal uit de jaren 60 met het bemoedigende spandoek: Dames Maak Ze In!

Er waren ook een violist en pianist die muziek maakten en grotendeels door het aanwezige publiek genegeerd werden, zoals dat gaat op recepties. Maar dat wilde niet zeggen dat er geen aandachtig publiek was. Iemand had de rolstoel van een vrouw pontificaal voor de piano gezet. Ze kon niet zelf haar wagen besturen. Ze kon niet eens een kopje koffie zelf vasthouden. Maar ze genoot zo van de muziek – de mooie blauwe Donau van Strauss, de tweede wals van Sjostakovitsj, Cole Porter – dat ik er tranen van in mijn ogen kreeg.

De chiffonnière verhuist

Het is een familiestuk, gemaakt door mijn betovergrootvader die timmerman was. Volgens de overlevering klemt de tweede lade van onderen omdat die in plaats van wiegje werd gebruikt voor mijn overgrootvader, geboren in 1850. Mijn grootvader vermaakte hem aan mijn moeder en zij heeft ‘m nu aan mij geschonken. Ewoud Sanders noemde de chiffonnière ‘een nauwelijks in het wild voortkomend Nederlands woord’, maar mijn ouderlijk huis was wat dat betreft een klein wildparkje voor deze bedreigde woordsoort, want ik ben ermee opgegroeid.

Ewoud Sanders (citaat uit nrc): ‘Je komt het woord soms tegen in teksten van antiekwinkels. Zo heet het ergens: “In de chiffonnière, die vijf of zes laden heeft en die men ziet in de Louis XVI-, empire- of biedermeierstijl, werd linnengoed opgeborgen. Meestal zijn de kasten van massief of gefineerd mahoniehout.” Maar verder behoort chiffonnière tot de zeldzame, kostbare, nauwelijks in het wild voorkomende Nederlandse woorden. Het is in 1824 voor het eerst in het Nederland opgetekend en komt vanzelfsprekend uit het Frans. Een paar jaar geleden deed het nog dienst in het Groot Haarlems Dictee, in de zinnen: “Wat een ge-o-ha zo’n seance, dacht Willem, terwijl hij zijn suède jas aantrok voor een korte wandeling door Haarlem. Zou hij een sjasliek gaan verorberen op de Grote Markt, naar ’t Steegje lopen, of zou hij bij die achenebbisje antiquaar langswippen? Het werd de boekhandelaar, waar hij op een chique chiffonnière enkele excentrieke titels zag staan.”‘

Dorpstraat, Ons Dorp


Er was veel loos karton over na het opruimen van de zolder (ladingen vuilniszakken afgevoerd!). Ik dacht dat het een goed idee zou zijn om die in de open haard te verbranden. Het karton brandde echter dermate enthousiast, dat ik bang was dat het loeiend vuur spontaan zou overslaan naar aanpalende meubels en vloerbedekking.

Terwijl ik zorgelijk dichtbij ging zitten met een deken en pook in de aanslag om erger te voorkomen, kwam Chicky bij mij op schoot zitten. Kijken naar het vuur, gezellig. Ik weet dat poezen van warmte houden, maar dat een haardvuur dat elk moment in een uitslaande brand kan ontaarden, voor een poes niets bedreigends heeft, dat is toch wel bijzonder. Chicky had nooit eerder een vuur gezien. Hoort zo’n beest niet instinctief weg te hollen? Mij was het zweet al meteen uitgebroken.

Dorpstraat, Ons Dorp


Bij het opruimen van de zolder van alles tegengekomen. Heugaveld tapijttegels van 40 jaar oud. Een kromme sjoelbak. Honderden dia’s van doorligwonden. Een ukelele. Een olijfgroene wastafel. Kluwer wereldatlas uit 1932. Een herdenkingstegeltje dat mijn naam draagt, ter gelegenheid van het behalen van een Zwemproef – dat moet mijn zwemdiploma A zijn geweest (hoogtepunt mijner jeugd). En een ingelijste foto uit ongeveer die tijd (de tijd waarin ik een haarspeldje droeg), waarop ik – als ik mij wel herinner – de trenchcoat en schoudertas van tante Katja had aangedaan. Vandaar de wereldwijze Agent 007-blik.

Die bril heb ik nog steeds

Gisteravond met mijn ouders de feestelijke Presentatie bijgewoond door het verzorgend, activiteitenbegeleidend en het huishoudelijk personeel van verzorgingstehuis De Vier Dorpen. Het veranderingtraject dat de medewerkers waren ingegaan kwam erop neer dat men de bejaarde mens als gehele mens en niet alleen als patient wil zien en behandelen.
Er werden sketches gedaan (getuige de foto) en wij keken ernaar vanaf tafels in de grote zaal, met een glaasje wijn en een bakje cashewnoten.

Rechts van mij zat een hoogbejaarde dame uit een belendende aanleunwoning. ‘Ik heb een herinnering aan uw vader,’ zei ze. ‘Niet echt een leuke herinnering – jaren geleden viel mijn vader, die bij ons logeerde, opeens achterover dood neer in de huiskamer. Op de salontafel. Overal glas. Enfin. Onze huisarts was er niet, uw vader verving hem. Mijn vader lag daar met z’n bril scheef en uw vader haalde die bril van mijn vaders gezicht en en zei “die heeft hij nu niet meer nodig.” ‘Hij zei het niet naar of zo, eigenlijk heel vriendelijk. En pas op dat moment realiseerde ik me dat hij echt dood was. Maar die bril heb ik nog steeds.’

Simplify Your Life

Je gaat op reis en je neemt mee… twee rollatoren en een rolstoel naar een appartement dat que oppervlakte minder dan een kwart is dan het huis waar je 49 jaar hebt gewoond. Waarbij de oude vertrouwde meubelen ruimte moet maken voor alle hulpmiddelen die je inmiddels nodig hebt en voor de verzorgenden bij je bed. En dan wil je daar verder ook nog je kont kunnen keren.
Je thuis verruilen voor een verzorgingshuis is als een emigratie. Weg uit de vertrouwde omgeving en de mensen die je daar verzorgen, naar twee nieuwe kleine kamers en een ander team dat je uit bed haalt en erin stopt, eten brengt, fysiotherapie, dagbesteding.

En op een ander niveau is het ook een uitdaging om de inrichting van het nieuwe huis een verbetering te laten zijn ten opzichte van de oude situatie. Er is weliswaar niet veel ruimte voor de vertrouwde meubels, maar wel voor de vertrouwde muziek, de Friesche staartklok, de schilderijen, de mooie voorwerpen die in het oude huis wegvielen tussen alle andere dingen maar hier – op vensterbank, in verlichte nissen van het wandmeubel, op het tv dressoir – juist tot hun recht komen.
Bovenstaande plattegrond is een mogelijkheid. Rollator, rol- en postoel zijn makkelijk te verplaatsen. Ruim baan voor gangpaden en toegankelijkheid slaapkamer. Oude dikke televisie wordt flatscreen, en een tweede tv in de slaapkamer kan aan het plafond worden gehangen (en staat zo dus niemand in de weg). Tafel is deels uitklapbaar. Rolstoel kan – wanneer niet nodig – vlakbij in de douche/wc gestald. Kort bezoek kan op de stoel bij de tafel, en voor langer en talrijker bezoek kunnen inklapbare stoelen worden gebruikt die anders op het balkon staan.

Wim, Jo, Piet, Katrientje

Vier van de zes Van der Hoeven-kinderen staan erop, twee ontbreken: Willy (mijn moeder) was onderweg maar nog niet geboren en van Adriaan (de jongste van de zes) ontbreekt nog ieder spoor.
Deze foto moet rond 1920 genomen in de huiskamer in de Majubastraat (Transvaalbuurt) in Amsterdam, want het meisje rechts is nu 91 en heet al jaren Katja en Wim (links) mist een voortandje – hij is aan het wisselen en is dus een jaar of 6, 7.
Fotograaf was waarschijnlijk oom Jaap (Duijker) die de kinderen van zijn zuster op de gevoelige plaat vastlegde – volgens de meneer van de fotozaak die het negatief heeft gescand is het bijzonder dat-ie thuis werd genomen. De meeste foto’s op glasnegatieven zijn in een fotostudio gemaakt. Oom Jaap hoorde bij de wat meer welgestelde tak van de familie en hij kon zich zo’n camera veroorloven.
De glasplaat komt uit de nalatenschap van Wim – en is zo in Kockengen terecht gekomen bij zijn dochter Willie. (De naam Willem/Willemina was enkele generaties erg populair in de familie).

« Oudere berichten Nieuwere berichten »

© 2022 Hannah van Herk

Boven ↑