Voor het Beestenboel-project moet ik een foto hebben van een koe en een stier. Meestal maakt Bernard een gedicht bij een reeds bestaande foto, maar nu moet er een foto komen bij een gedicht dat Bernard al heeft gemaakt.

Het gaat om een limerick over een koe uit Rosmalen. En niet zomaar een koe – ‘een hoerige koe’, volgens Bernard. Dit stoort mij een beetje, dus ik bel hem op.

– ‘Volgens mij kan een koe niet hoerig zijn. Dat noemen ze tochtig.’

– ‘Deze koe is hoerig.’

– ‘Maar dat klinkt zo onaardig.’

Daar kan Bernard niets aan doen. ‘Een hoerige koe wil geld hebben voor seks. Een tochtige koe niet.’

Daar is geen speld tussen te krijgen. Bernard is de schrijver, dus hij heeft het laatste woord. Maar ik ben de fotograaf en ik kies het beeld. Ik besluit mij niet op de koe maar op haar klant te richten – de stier. Want van een stier is in de limerick óók sprake – hij wordt zelfs sprekend opgevoerd.

Friesland heeft er meer dan genoeg koeien. Maar waar vind ik een stier – of zoals ze dat hier noemen: een Bolle?

Inge weet raad. Volgens haar heeft Eduard een indrukwekkende, boze Bolle. Ik ga erheen en tref beiden in de ligstal. Eduard is net zo aardig als zijn Bolle dreigend en gevaarlijk is: enorm.

De Bolle is  bij de pinken – letterlijk. (Een pink, voor de standsmensen onder ons, is geen kalf meer, maar ook nog geen volwassen koe.) Het enige wat de Bolle moet doen is die pinken zwanger maken. Een tamelijk zorgeloos bestaan, zou je zeggen. Zelf denkt de Bolle daar anders over.

Zodra hij mij in de gaten krijgt   ***Alert! Alert! Vreemde in de Stal!***   begint hij te brullen – dat klinkt ongeveer zo. Als ik een tijd rustig blijf zitten, kalmeert hij en gaat verder met eten. Zodra ik opsta, gaat zijn enorme kop weer omhoog. Hij kijkt waar ik heen loop en volgt me dan aan zijn kant van het veel te dunne hek. De pinken die daarbij in de weg staan, worden achteloos aan de kant geveegd. We houden elkaar in de gaten.

Als er een kip langswandelt is de aandacht van de Bolle is even niet meer op mij gericht. Die kip kan hij wel hebben – dat is kennelijk een soort van goede bekende.

Een paar honderd foto’s later maak ik de foto die ik uiteindelijk het beste vind passen bij Bernards limerick. Hieronder is de Bolle op wat andere foto’s te bewonderen als een soort van schattig knuffeldier. Ach, wat kunnen foto’s toch liegen.