1. Aangekleed
“Weer iets om af te strepen van je bucketlist,” roept Anne, terwijl hij me van achteren bij mijn heupen pakt om me zonder kleerscheuren de sjees in te krijgen.
Een sjees is een tweewielige wagen voor twee mensen. Bij voorkeur slanke. ‘Sjees’ komt van het Franse woord chaise (stoel), al kun je dat met een korreltje zout nemen. Een stoel heeft poten. Een sjees heeft wielen. Het heeft een met fluweel bekleed bankje zonder rugleuning, geplaatst in een sierlijk zwart gelakt bakje tussen twee enorme spaakwielen.
In Friese klederdracht is het moeilijk om in en uit een sjees te klimmen, maar dat is vandaag de dresscode. De drie lange rokken veranderen in een grote prop wasgoed tussen mijn benen. Het praktische naaigerei dat met lange kettingen vanaf mijn taille naar beneden hangt – speldenkussen, schaartje – blijft overal achter haken. Zonder Agatha had ik mijn kleren niet aangekregen. Zonder Anne kwam ik de sjees niet in. Het fraaie kostuum is een mobiele gevangenis waarin alleen oppervlakkig adem te halen valt.
Ik ben hier maar om één reden: ik wil in een echte sjees rijden. De prijs voor een ritje in deze sjees is: ringsteken in Friese klederdracht. Anne en Agatha hebben mij uitgenodigd om mee te doen aan het ringsteken in Langweer, in hun stamboek-geregistreerde sjees uit achttienveertig. Ringsteken is proberen kleine metalen ringen aan de loop van een houten neppistool te rijgen terwijl het paard erlangs draaft.
De bedoeling is rijkdom, schoonheid en plezier uit te stralen. Ondertussen prikken we stalen ringen. Anne stuurt het paard. Hij gaat ook mee.
Daar zitten we, knus in het krappe bakje. Anne in het zwart met blauwe wollen kniekousen en een hoge hoed, ik in een wolk van textiel. Mijn hoofd is tijdens het aankleden zo strak ingezwachteld dat ik permanent verbaasd kijk. Het zit klem in een ondermuts (wit), tussenmuts (zwart), twee reusachtige oorijzers (zilver) en een floddermuts. Die doet denken aan een brandweerhelm, maar dan van kant.
Links zit Anne. Ik zit op de ereplaats, met een kaarsrechte rug uitstralend dat ik vertrouwd ben met zilveren paplepels. We rijden naar de start. Ik glimlach vriendelijk naar de mensen die ergens beneden langs de weg staan te klappen en houd mijn pistool vast als Jane Bond.
2. Out
Tekkere-tekkere Tsjak!
De kleine metalen ring verdwijnt in de diepte onder ons. De sjees ratelt door. Bomen, terrasjes, gezichten: alles flitst voorbij. Dat dat allemaal in zo’n smal straatje past. De volgende ring staat klaar, vastgeklemd in het handje van een soort wegwijzer.
Tsjak!
De ring glijdt om de loop van het pistool.
Aan het einde van de Buorren mindert Anne vaart. Ik lever drie glimmende ringen in bij de controlepost. Je kunt per ronde vijf ringen prikken. Elke ronde worden de ringen meer punten waard.. Ik prik met wisselend succes.
Bij de derde prikplek staan Ginni en Scott. Ginni roept mijn naam zodra we eraan komen. Niet één keer, maar iedere ronde opnieuw. Zo hard dat ongeveer heel Langweer weet dat ik eraan kom.
Die derde ring mis ik iedere keer.
De laatste ronde:
Vier ringen.
‘Denk je dat we in de prijzen vallen?’ vraag ik Anne.
‘Neu.’
‘Meer middenmoot?’
‘Neu.’
Dan zegt hij: ‘Er zijn deelnemers die dit heel vaak doen. Die hebben bijna altijd alles. Die trainen hiervoor.’
Ik had Inges voorstel om vooraf te oefenen hooghartig van de hand gewezen. Ringsteken in Langweer leek mij niet direct een sport waarvoor een trainingsschema nodig was.

Na afloop reken ik uit dat we 26 punten hebben. Rekenkundig doorsnee. Op welke plaats we werkelijk zijn geëindigd, weet ik nog steeds niet. De ceremoniemeester was de hele middag luid maar onverstaanbaar.
Als we in optocht nog één keer door de Buorren rijden om ons deelnemerslintje op te halen, zegt de ceremoniemeester iets tegen Anne.
‘Wat zei-die?’
Anne bindt het lintje om zijn zweep.
“’Volgend jaar maar wat beter.”’
‘Dan zullen we moeten oefenen,’ zeg ik.
Later vertel ik Ginni dat ik de hele middag geen woord van het commentaar heb verstaan.
‘Hij heeft anders heel wat over je verteld.’
‘Zoals…?
‘Dat je de vrouw bent van de vrouwelijke veearts uit Sneek.’
En dat, dames en heren, was mijn Pride Parade moment in Sudwest Fryslân.
Ze kan niet alleen paarden drijven en dresseren maar ook nog schrijven! O wat leuk!! En zo spannend!!!
Volgende keer kom ik speciaal naar Friesland waar dan ook om te kijken.
Geweldige prestatie Hannah! Ik kom de volgende keer ook graag kijken want het is wel een komische sport!
Misschien eerst een beetje trainen in “de bak” vooraf?